Verhuizen Voorkomen
home
      

Verhuizingen van kinderen die 'uit huis wonen' voorkomen

Parlan streeft ernaar kinderen zo min mogelijk buiten hun eigen gezin en netwerk te laten opgroeien. We willen hulp en behandeling zoveel mogelijk aan laten sluiten op de plek waar het kind woont. Toch is ook bij Parlan de realiteit dat kinderen nu nog regelmatig ‘uit huis wonen’. Heel vaak in een pleeggezin of gezinshuis en als dat ècht niet lukt, in een residentiële voorziening zoals een kleinschalige woonvoorziening. We vinden dat deze kinderen het recht hebben ergens thuis te zijn. Een plek waar ze samen opgroeien met anderen en waar je weg gaat als je er zelf aan toe bent.

 

Project Verhuizen Voorkomen

In de zomer van 2021 startte Parlan met het Project Verhuizen Voorkomen. Om te leren van wat er gebeurt en om zicht te krijgen op hoe vaak we, ongewenst en ongepland, kinderen laten verhuizen binnen Parlan.

We willen nog beter weten wat we kunnen doen om extra verhuizen van kinderen en jongeren die binnen Parlan in residentiële voorzieningen - voor (kleinschalig) wonen, in pleegzorg en in een van de gezinshuizen wonen- te voorkomen. Dit project richt zich specifiek op deze kinderen omdat we vermoeden dat er ongemerkt nog veel kinderen ongewenst verhuizen en dat moet anders.

 

Het inzicht

Gedurende het project zijn we tot de ontdekking gekomen dat we bij Parlan 7% van de jongeren die wij een woonplek bieden overplaatsen. Dit betekent 1 overplaatsing per week.  Dat vinden we te veel en daar zijn we van geschrokken. Door de cijfers te bekijken, blijkt dat veel meer kinderen ‘zomaar’ verhuizen omdat het niet lukt op de plek waar ze wonen.

Het helpt om dit te weten. Er is werk aan de winkel om ons doel te behalen, namelijk: kinderen niet meer voortijdig en onbedoeld over te plaatsen.

 

Wat wij belangrijk vinden

Binnen het project hebben we gewerkt met twee varianten: de inzet van ‘hulptroepen’ (collega's die kunnen inspringen op de groep) om overplaatsing te voorkomen en de inzet van reflectiebijeenkomsten nadat een kind is verplaatst. Binnen het project is 7 maal een beroep gedaan op de inzet van hulptroepen. In 6 van de 7 gevallen is de betrokken cliënt niet overgeplaatst. Daarnaast is 6 maal een reflectiebijeenkomst georganiseerd waarbij verschillende disciplines aanwezig waren.

Op basis van de verzamelde informatie kunnen we het volgende zeggen:

  • Het is belangrijk dat voor alle kinderen en hun gezin vooraf of meteen bij de start van de hulpverlening een goede analyse is gemaakt van de aard en ernst van de problematiek en dat er met het gezin en de betrokken verwijzer een gezamenlijk beeld is van wat er aan de hand is en welk plan daarop volgt. Dan kan op tijd de best passende hulp worden ingezet.
  • Het meedenken van een collega die niet betrokken is bij de casus, is helpend omdat er met helicopterview meegekeken kan worden en de verantwoordelijkheid meer gedeeld wordt. Deze collega kan aansluiten bij de bestaande multidisciplinaire overleggen. Door vanaf meer afstand te kijken en een nieuw perspectief toe te voegen, komen creatievere ideeën los en krijgen betrokkenen steun om vol te houden. 
  • Reflectie en deskundigheidsbevordering dragen er toe bij dat medewerkers en pleegouders zich voldoende in staat voelen om met de ingewikkelde problematiek van onze cliënten om te kunnen gaan. Parlan heeft onlangs het opleidingsbeleid onder de loep genomen. De komende periode zoeken we naar mogelijkheden om het opleidings- en ontwikkelingsaanbod beter aan te laten sluiten bij wat nodig is om de opvoeding vol te houden ook als het moeilijk is. Zowel voor medewerkers als voor pleegouders.
  • Parlan kent nog een klein aantal tijdelijke behandelvoorzieningen. De kinderen die daar verblijven, zitten op een tijdelijke plek en dat past niet binnen de huidige visie. Als de uitstroom daar stokt omdat er geen vervolgplek gevonden is, leidt dat soms tot complex gedrag van een kind. In dat geval zou inzet van hulptroepen er toe kunnen leiden dat een kind hier kan blijven tot aan de volgende plek. Dat is fijn want voorkomt een verhuizing maar: langdurend blijven op een tijdelijke plek kent ook nadelen. Er vindt geregeld overleg plaats met het regionaal expertteam zodat zij weten wanneer de uitstroom van een kind stagneert zodat de gemeenten in beeld krijgen hoeveel kinderen in hun gemeente nog geen vaste woonplek hebben. Daardoor raken deze kinderen minder snel uit zicht omdat er een oplossing lijkt te zijn.

Samen met ouders, beroepsopvoeder, de gecertificeerde instellingen en betrokken gemeenten, zijn we aan het werk om voor kinderen die niet thuis kunnen wonen plekken te creëren waar ze samen opgroeien met anderen en waar je weg gaat als je er zelf aan toe bent.

 


Ten aanzien van pleegzorg is in het artikel ‘Continuïteit van Pleegzorg’ (2014) te lezen dat de ervaring van één of meerdere breakdowns veelal negatieve gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het pleegkind (Christiansen, Havik & Anderssen, 2010; Vanderfaeillie en Van Holen, 2010). Genoemde gevolgen zijn bijvoorbeeld een verminderde agressieregulatie, een negatief zelfbeeld en een toenemend wantrouwen in (nieuwe) opvoeders. Maar ook het ontstaan of toenemen van gedragsproblemen, dalende schoolresultaten en een afname van de kans op hereniging met de ouders. Het vermogen van het pleegkind om zich aan (nieuwe) opvoeders te binden neemt verder af, waardoor er een negatieve spiraal van toenemende gedragsproblemen en een verhoogd risico op nog een toekomstige breakdown ontstaat (zie o.a. Van Ooijen, 2010). Voor het pleeggezin leidt een breakdown veelal tot spanningen in de gezinsrelaties en gevoelens van falen bij de pleegouders. Dit kan leiden tot burn‐out van het pleeggezin en het verlies van een pleeggezin voor de zorgaanbieder (zie o.a. De Baat et al.)


 

Oktober 2021, Francien Engelhard en Lissy van ‘t Voort


Parlan
Van der Lijnstraat 9
1817 EH Alkmaar
T: 088 124 00 00
E: contact@parlan.nl




Stichting de Praktijk